Het was Datinguurtje in het bos. Dit is tijdens Coronatijd in zwang geraakt, toen liefdeszoekers elkaar niet in een kroeg mentaal konden aftasten maar wel een fysieke ontmoeting verlangden. In veel opzichten ideaal: buiten in de frisse helende boslucht, waar de anderhalve meter afstand goed haalbaar was en je meteen kon toetsen of het uithoudingsvermogen van je love interest wel de moeite waard was door een stevige wandeling te initiëren.
Tegenwoordig kom je ze nog af en toe tegen, die prille daters. Ietwat ongemakkelijk, zoekend, aftastend. Ik vind het elke keer weer een feestje als ik achter zo’n onontgonnen stel wandel, ware het niet dat mijn hond moeite heeft met sociaal ongemakkelijke situaties. Het kan natuurlijk zo zijn dat ze het ongemak aanvoelt (het is bekend dat honden emoties bespeuren en aangezien ik me nooit geneer is het waarschijnlijk een nieuwe sensatie voor haar), maar eerlijk gezegd verdenk ik haar ervan dat ze gewoon een stoker is.
Zo liepen we in ‘t bos achter zo’n startgesprek. De vrouwelijke helft van het duo vertelde uitvoerig over haar werksituatie, haar volkomen terechte reactie op die vervelende collega en ieders gevoelens hieromtrent. De man in kwestie probeerde te laveren tussen begripvol, meedenkend (hij deed nadrukkelijk zijn best niet te mansplainen) en ondersteunend (zonder op de zaken vooruit te lopen) en hoewel het hem best goed afging, was het overduidelijk zwoegen.
“Wat goed dat je je zo open durft uit te spreken,” reageerde hij net, en blijkbaar was dat voor mijn hond de druppel. Ze haalde hem ongemerkt rechts in, draaide zich om en – ik zweer het, uit het niets – produceerde haar karakteristieke zware blaf, met een duidelijk vermanende ondertoon.
Er klonk een gil, die uit de man bleek te komen. Bij gebrek aan een nabije boom dook hij achter zijn date. De impasse die ontstond voelde als een Mexican standoff: het stel op links, de hond rechts en ik ergens in het midden.
Het was evident dat ik aan zet was, dus ik keek de hond streng aan en zei: “Zeg, doe jij eens even rustig!” De hond keek beschaamd en de vrouw herpakt zich.
“Shit man,” zei ze. “Ik schrik me helemaal de tering!”
“Ja, dat snap ik,” zei ik en keek afwisselend verontschuldigend naar het koppel en berispend naar de hond, maar de laatste stond alweer aan een graspol te snuffelen. Het vrouw keek indringend naar de man, die duidelijk in opperste verwarring verkeerde over of, en zo ja, wat er van hem verwacht werd.
“Wij lopen wel door,” concludeerde ik maar, en de hond huppelde vrolijk voor me uit, verdacht blij met zichzelf.
Achter mij had de man nu ook zijn stemgeluid hervonden: “Wat goed,” zei hij, “dat je je zo durft uit te spreken.”
Haar reactie ging, helaas, verloren in de wind.


Plaats een reactie