Ik ontving op hoge poten een bericht van de vader van een vriendin van de Jongste, om half 11 ‘s avonds. Hoe het in vredesnaam mogelijk was dat mijn dochter zijn dochter had verteld over Chucky (je weet wel, die enge killerpop van de film Child’s Play). Zijn kind lag al uren wakker, doodsbang en getraumatiseerd.
De schrik sloeg me om het hart. Wie, wat, wanneer. Ik schoof de schuld direct naar de neefjes van Ex. Die kijken als sinds hun zesde films als ‘de Sint’, waar een sociopatische Sinterklaas een kettingzaag in zijn staf heeft verstopt en mensen die geen sinterklaasliedjes zingen doormidden splijt. Of zoiets. Ik heb toentertijd de vrijheid genomen de film uit te zetten toen ik zag dat mijn eigen kinderen (destijds 4 en 7) verheugd aangeschoven waren.
Maar goed, Ex wist ook van niks, dus ik moest verhaal halen bij mijn eigen kroost. Die lagen beiden wél vredig te slapen, dus ik besloot het onderwerp ‘s ochtends aan te snijden.
De Jongste begon direct te huilen, maar dat is altijd haar tactiek als ze iets verkeerds heeft gedaan, dus ik wist dat ik op het juiste spoor zat.
‘Hoezo ken jij die film?’ vervolgde ik de zoektocht, intussen bijna zeker wetend dat het de neefjes geweest waren. ‘Nou,’ snikte ze, ‘die heb jij me laten zien.’
Het was zo’n moment van totale verbijstering, waarbinnen emoties elkaar in sneltreinvaart opvolgden. Woede (ze liegt!), ontkenning (dit kan niet, zo’n moeder ben ik niet), verwarring (ik zou me toch wel herinneren dat ik met mijn minderjarig nageslacht horrorfilms heb gekeken?) en paniek (heb ik soms black-outs?).
‘Maar,’ stamelde ik, ‘wat… hoe…hè!?’ De Jongste had intussen feilloos in de gaten dat ik de overhand verloren had en ging er eens goed voor zitten.
‘Nou, mama, jij stond te koken en toen keek je dat op de iPad. En daar heb je me toen over verteld.’ Opluchting sloeg over me heen. Het kwam allemaal weer terug (hoera, geen black-outs!), en het viel reuze mee. Tijdens het koken mag ik namelijk wel eens op de iPad, en kijk ik filmpjes op YouTube van schrijvers die tips geven. Ik heb namelijk een boek geschreven dat voor geen meter verkoopt, dus ik kan die adviezen wel gebruiken. Dit specifieke filmpje ging over spanningsopbouw, aan de hand van voorbeelden – je snapt ‘m wel. Mijn uitleg destijds – enge film met een nare pop, moet je vooral niet gaan kijken – had ook geen significatie reactie ontlokt, voor zover ik me kon herinneren.
‘Gunst,’ zei ik tegen de Jongste, die me triomfantelijk aankeek. Het is altijd feest bij ons als iets de schuld is van mama, want dat is niet vaak het geval. Ik zag nog een gaatje. ‘Hoezo vertel je dat aan je vriendinnen!?’
‘Nou,’ lichtte ze verder toe, nog steeds in volledige controle over de situatie, ‘een van de kinderen op de BSO had het over Chucky, en zij vroeg mij of ik dat kende. En die kende ik dus.’ Ik zag dat ze het ‘dankzij jou’ wijselijk inslikte.
Ik besloot het geheel af te sluiten als een eind goed, al goed verhaal en informeerde de vader verheugd dat het mysterie was opgelost. Die vond het allemaal leuk en aardig, maar het probleem van het trauma was hiermee niet verholpen. Mijn gedachten sloegen intussen een andere weg in – waarom deed het zijn kind zo veel en mijn kind zo weinig? Hoezo was mijn kind eigenlijk niet mentaal beschadigd? Was mijn kind de psychopaat in dit verhaal?
Oh, horror!


Plaats een reactie