Het komt regelmatig voor dat ik iets vergeet, in de vorm van verjaardagen, tandartsafspraken en allerhande schoolactiviteiten. Meestal zijn de situaties waar we niet op kwamen dagen wel recht te breien in de vorm van excuusappjes en goedmaaketentjes (die werken overigens niet bij de tandarts, want daar krijg je gewoon een boete), maar het kwam in de praktijk zo regelmatig voor dat ik me genoodzaakt zag over te stappen naar een strikt agendabeleid.
Omdat met name het vergeten van schoolactiviteiten pijnlijk is – in de regel geïllustreerd door teleurgestelde kindersnoetjes en oordelende ouderblikken – was ik daar nu uitzonderlijk scherp op. Om die reden stond, eigenlijk tot iedereens verbazing, de laatste studiedag van school in alle agenda’s.
Goed voorbereid zijn levert ook voordelen op, dus ik opende de zondag ervoor al de brainstorm voor de invulling van de dag. Het grote voordeel van studiedag is dat het schoolafhankelijk is, de meeste andere kinderen dus gewoon onderwijs genieten en ouders derhalve (tenzij ze spijbelen) aan het werk zijn. Ruim baan dus voor die plekken waar je normaliter zes maanden in de rij staat zoals de Efteling of, iets zwaarders, het Anne Frank huis.
Het grote nadeel van studiedag op maandag is dat op maandagen in maart alle attractieplekken dicht zijn. Musea, klimbossen, de wat kleinere pretparken: al onze enthousiaste plannen werden bruut neergeslagen door de een na de andere GESLOTEN OP MAANDAG melding.
Na een immense zoektocht vonden we eindelijk een activiteit waar iedereen zich in kon vinden: een hondenpretpark. In de praktijk een vrij veld voor hond én baas, met klimtoestellen, autobanden en waterplassen. Voor ieder wat wils dus. Verheugd gingen we op weg.
Het viel niet tegen zo op het eerste gezicht: het zonnetje scheen en er was, zo op het oog, een gezellige diversiteit aan medebezoekers. Tevreden installeerden we ons op een bankje en lieten de hond los.
Wat wij niet wisten, is dat Djinn zich in dergelijke sociale situaties ontpopt tot een nietsontziende akela. Links en rechts begon ze onschuldige honden terecht te wijzen, tegen de grond te werken of anderszins te terroriseren. Binnen een kwartier was het veld bezaaid met angstig piepende viervoeters, die trillend op hun rug de kleur van het gras probeerden aan nemen. De baasjes stonden er wat beduusd omheen. Onze hond draafde intussen tevreden heen en weer.
‘Goed zo, Djinn!’ joelde de jongste.
‘Zal ik haar maar aan de lijn doen?’ opperde de oudste, die wel sfeergevoelig is.
Uit mijn ooghoeken zag ik de toezichthouder van het veldje aankomen, waarschijnlijk gealarmeerd door het gebrek aan spelende honden.
We dropen af voor we een standje kregen. Vanuit de auto zagen we dat de honden op het veldje hun enthousiasme hervonden hadden.
De hond keek me tevreden aan vanaf de achterbank. ‘Zo doe je dat,’ leek ze te denken.
Ook hier moest ze het laatste woord hebben.



Plaats een reactie