Ná het schoolfeest en vòòr de musical is er het schoolkamp. Dan trekken zes dappere docenten met al het groep 8 grut naar een afgelegen locatie. Deze achtstegroepers voelen zich nu helemaal de bom, maar moeten volgend jaar op de middelbare school natuurlijk weer onderaan de ladder beginnen. Dus die hebben wel een uitje verdiend.
‘s Ochtends verzamelden de ouders zich op het schoolplein om de buts uit te zwaaien. Terwijl ik mij strategisch opstelde (net niet te aanwezig, want dat is gênant, maar ook niet dat het lijkt alsof je er niet bent) raakte ik in gesprek met mede ouders wiens kind naar dezelfde middelbare als de mijne gaat. Het ging over de intro dag, die op dezelfde dag stond gepland als de start van het schoolkamp.
Vandaag dus.
‘Wij halen onze dochter zo even op voor de introductie,’ vertelde de vader. ‘We willen natuurlijk niet dat ze die mist.’
Het koude zweet brak me uit, want ik had mijn kind wél afgemeld. Was dat een verkeerde keus? Stond haar nu een middelbare schooltijd als outcast te wachten? Ik schoot preventief in de actiestand en wist de ouders zover te krijgen dat ik mee mocht liften op hun initiatief.
Vanaf dat moment ging het bergafwaarts.
Het plan was als volgt: de kinderen moesten gehaald worden op locatie A (klimbos) om naar locatie B (middelbare) vervoerd te worden, vanuit waar ze door moesten naar locatie C (het kamp). Tussendoor moest de fiets van mijn dochter echter van locatie A naar C, wat lastig werd in afwezigheid van het betreffende kind. Afgesproken werd dus dat ik achterbleef op locatie A, om de fiets naar locatie C te brengen, terwijl de mede ouder met de dochters naar locatie B reed.
Aangekomen op locatie A stond de dochter van de rijdende vader keurig te wachten, maar schitterde mijn nageslacht door afwezigheid. Navraag wees uit dat ze midden in een klimroute zat, achter twee medescholieren die niet verder durfden. Ik schreeuwde dat ze als de wiedeweerga naar beneden moest komen, terwijl we natuurlijk allemaal beseften dat dit niet mogelijk was. De vader met het kind dat wel kon tijdmanagen vertrok, terwijl ik rondjes ijsbeerde onder de klimboom.
Toen mijn dochter ten lange leste de eindstreep had bereikt, konden we gelukkig in de auto springen bij een onderwijsassistent die door een behulpzame docent was overgehaald om als taxi te fungeren. Met piepende banden kwamen we aan op het schoolplein, smeten het kind naar binnen en raceden terug, want de fiets moest ook nog van locatie wisselen. In de commotie was ik even vergeten dat het rijwiel was afgesteld op de lengte van mijn dochter, die we geen dwerg mogen noemen maar wel die afmetingen heeft. Wonder boven wonder wist ik, met knieën op oorhoogte, de 10 kilometer naar locatie C af te leggen.
Daar aangekomen mocht de hartslag eindelijk omlaag, want het duurde nog wel een uurtje voor de dames terugkwamen van de kennismaking. Als een echte curling ouder maakte ik vast het bed van mijn kind op en hing vervolgens wat rond bij de groep docenten, die natuurlijk aan de drank wilden maar daarvoor mijn afwezigheid nodig hadden. Toen mijn dochter eindelijk arriveerde ging ik eens goed staan voor een uitvoerige dankbetuiging, om de beproevingen die we allemaal hadden doorstaan te verzachten. Dit bleek echter ijdele hoop.
‘Ok mam, ga nu maar,’ wist mijn dochter door opeengeklemde kaken uit te brengen, terwijl ze zich met een voor mij onbekende tred bij haar klasgenoten voegde. Ik hoorde een hoop ‘yo’s’ en ‘bro’s’ en besefte: de tijd is aangebroken. Dit moment zal ik markeren als de eerste glimp van de Puberteit.
Pas toen de skyline van Soest in zicht kwam herinnerde ik me met een schok dat ik met de jongste had afgesproken dat we vandaag samen haar feestje zouden regelen. Ik had haar tussen de bedrijven door weten onder te brengen bij een vriendin, met de belofte haar zeer op tijd op te komen halen. Met lood in mijn schoenen begaf ik me naar haar locatie, een onverbiddelijke reprimande vrezend.
‘Sorry meid,’ begon ik mijn spijtbetuigingen, en zocht mijn zakken al af naar het boetekleed.
‘Oh,’ onderbrak ze me nuchter, ‘niet erg hoor. Was het leuk?’
Ik wist mijn tranen in te slikken. Gelukkig, nog maar één puber.


Plaats een reactie