Deze column verscheen in de Veren&Vachten van Dierenzorg Eemland, maart 2026.
De jongste hield een spreekbeurt over hondencommunicatie dus we doken eens goed in de materie. Het verheugde ons te constateren dat we het in veel opzichten best aardig doen. Zo is de mand de thuisplek van de hond en geen startlocatie voor het bouwen van een hut en wisten we dat Djinn haar kop wegdraait als ze even geen zin in ons heeft. Ook hadden we geleerd om te gaan met het gevoel van afwijzing dat met dat laatste gepaard gaat.
Er waren echter ook aandachtspunten.
“Hier staat,” zei ik, “dat je de hond niet moet omhelzen.”
“Hoezo niet?” vroeg de jongste, “want ik hou van Djinn.”
“Ja, dat begrijp ik, alleen snappen honden knuffelen niet. Dat doen ze namelijk zelf ook niet. Dus je moet toch een andere manier vinden om Djinn te laten merken dat je van haar houdt.”
“Door wat lekkers te geven?” opperde ze.
Ja, ammehoela. Die kende ik al. Daarom hadden we een groot deel van 2025 een diëtende hond gehad. De continue aanwas van smekende en later ook verwijtende blikken, waar ik ook keek, stonden me nog levendig voor de geest.
Een andere optie om hondenliefde te tonen was, volgens de vele tips, veel spelen met de hond. Voor ik er erg in had, waren mijn dochters (met mijn pinpas) naar de dierenwinkel vertrokken om de hondenequivalent van een iPad te vinden. Na een half uur kwamen ze thuis met een ‘interactieve hondenpuzzel’, een plastic geval met allerlei laatjes en vakjes waar je iets in kon verstoppen.
“Wat moet daarin verstopt worden?” vroeg ik, op mijn hoede. Het was een retorische vraag en dat wisten we allemaal (inclusief de hond).
Terwijl de kinderen de vakjes vulden met brokjes, opende ik het internet maar weer, op zoek naar hoe ik richting mijn hond kan communiceren dat ze wederom op dieet moet.


Plaats een reactie