De oudste gaat naar de middelbare. Tegenwoordig ben je daar al tot zo’n twee jaar van tevoren mee bezig, want vanaf groep 7 worden er al scholen bezocht. Zodat je als tienjarige vast weet waar je aan begint.
Vanaf groep 8 gaat het pas echt los, te beginnen met toneelstukken voor het hele gezin, waar je als ouder leert hoe zwaar je puber het heeft, en als puber leert hoe zwaar je ouders het hebben. Ook: meeloopdagen voor de bijna brugklasser, waar ze alvast kunnen snuffelen aan de lokalen en leraren (geen paniek, dit zijn mijn eigen woorden). Hier zijn ouders overigens niet welkom, want het wordt ook in toenemende mate gênant als je ergens met je vader of moeder komt opdagen. En tussendoor worden alle partijen overstelpt met uitzinnige nieuwsbrieven en kleurrijke folders met zeer steekhoudende argumenten aangaande de pluspunten.
En ik moet bekennen, ik ben onder de indruk. Zo biedt school 1 verschillende talentenprogramma’s aan – voor kinderen met sport-, artistieke of muzikale begaafdheid. Ik weet niet wat het plan is voor ongetalenteerde kinderen, maar die zullen vanwege het inclusiebeleid vast ook een eigen leergang hebben.
School 2 heeft buitenschoolse activiteiten voor de intrinsiek gemotiveerde scholier waar je steil van achterover slaat: cursussen debatteren, hedendaagse techniek, creatief schrijven en/of koken. Ik verzin dit niet. Dit zijn trainingen waar ik als volwassene grof geld voor neerleg (en laten we reëel zijn, straks via de ouderbijdrage ook, maar toch voelt het als een gouden presenteerblaadje).
Een derde school heeft een exclusieve brugklasser-aula. Hier kunnen de groentjes zich terugtrekken in een prikkelarme enclave, ver weg van de snode invloeden van vapende dertienplussers, die ze proberen over te hevelen naar het pad van geestverruimende ondeugden. Waarschijnlijk gaan de kersverse pubers in hun tweede jaar alsnog de mist in, maar dan heb je als ouder ook een wenperiode.
Met een beetje weemoed dacht ik terug aan mijn eigen gang naar de middelbare. Mijn ouders zeiden: ‘Kijk, die school is dichtbij. Daar ga je heen.’ En zo geschiedde.
Mijn broer zat er al, en het idee dat dit voordelen zou opleveren werd vrij vlot de grond ingeboord toen hij me meldde dat ik, mocht ik hem tegenkomen op de gang, maar net moest doen alsof ik hem niet zag.
In alle eerlijkheid had ik weinig te kampen met ouderejaars die mij probeerden mee te lokken in en zondig bestaan vol drugs, drank en seks, maar dat was waarschijnlijk omdat het veel grappiger was om brugpiepers (toen mocht je dat nog zeggen) van mijn formaat omver te duwen. Gezien de omvang en zwaarte van mijn rugtas leidde dit ertoe dat ik als een gestrande zeeschildpad op de grond van de aula lag te spartelen.
De leraren waren niet veel beter. De docent Duits gaf tijdens de tweede les een onverwachte SO en schreef nadien al mijn foute antwoorden (dat waren er nogal wat) op het bord om de rest van de klas te laten zien hoe het vooral niet moest.
Nu kan dat allemaal niet meer. Dat is tegenwoordig ‘onveilig’. En hoewel ik constateer dat ik slechts in geringe mate ben getraumatiseerd door mijn eigen ervaringen (ik kan nog steeds niet naar Duitsland op vakantie), moet ik bekennen dat ik de verbeteringen toejuich. Ik bedoel, zeg nou zelf: een cursus debatteren.
Wie is daar nou niet bij gebaat?


Geef een reactie op Kath Reactie annuleren