Deze column verscheen in de Veren&Vachten, oktober 2025, van Dierenzorg Eemland.
Mijn hond Djinn en ik lopen ‘s avonds graag nog een blokje om en als het meezit, komen we het egeltje tegen.
Intussen vind ik dat leuk, maar de eerste keren dat ik het diertje tegenkom zo op die nazomerse avonden wil mijn fantasie nogal eens op hol slaan. Wanneer ik dan in mijn ooghoek gescharrel zie van wat kleins en donkers staat mijn brein erop dat het een gemuteerde klapperrat betreft. Tijdens de hartverzakking slaat gelukkig herkenning toe (minimaal staartje, puntige uiteindjes en een koddige waggel) en ontwaar ik het beestje voor wat het is. Nu speur ik ’s avonds de straten af op zoek naar het stekelige ovaaltje.
Djinn is er nog niet helemaal over uit wat ze met het gebeuren aan moet. Op katten reageert ze instinctief (die rennen, dus zij ook), en de meeste bosdiertjes zijn zo snel de boom of een holletje in dat het bij een nieuwsgierig observeren blijft. Het egeltje rent alleen niet weg, dus biedt dat ruimte om het eens van dichtbij te besnuffelen. Iets wat ik probeer te voorkomen, aangezien het voor beide partijen alleen maar gedoe kan opleveren. Helaas let ik niet altijd even goed op, dus op een avond troffen Djinn en de egel elkaar eindelijk live.
Ik merkte het pas toen Djinn begon te blaffen, waarschijnlijk in een poging het puntige vriendje (dat zich in een klassieke freezepose bevond) tot spelen te verleiden. Gelukkig schoot het verdedigingsmechanisme te hulp en rolde het diertje zich op tot een mooi rond, ademend speldenkussentje.
Hoewel ik de hond mee naar huis wist te slepen voor het tot een daadwerkelijk fysiek intermezzo kwam, lag ik er wel even wakker van die nacht. Het zou het hebben gedaan met het tere egelzieltje, zo’n grote blaffende hond in je aura?
Ik besprak het met mijn nageslacht, want die maak ik graag deelgenoot van de uitdagingen van het leven. Ze kwamen direct in een loyaliteitsconflict terecht: hoewel de hond ieders favoriete huisgenoot is, zijn egeltjes bij ons ook erg populair.
Gelukkig zijn het kinderen van hun tijd en trad het probleemoplossend vermogen snel in. De jongste opperde een verstopplek, waarop de oudste aan het googlen sloeg.
Lang verhaal kort: we hebben nu een egelhuisje. Beschut, voorzien van een persoonlijk drinkbakje én ver weg van de looproute van de hond.
We hopen op één egel, maar de hele familie is uiteraard welkom.
Foto: monicore
Ps. Pas na de spontane aanschaf van dit egelhuisje werd ik op de hoogte gesteld dat er wel wat aandachtspunten zijn bij de aanschaf van een egelhuisje. Tips:
Egelbescherming Nederland heeft een bouwtekening ontwikkeld voor een egelslaaphuis: Bouwtekening-HedgyHome-1.01.pdf. Op hun site (Egelbescherming Nederland) geven ze tips waar je het huisje het beste kan plaatsen, en hoe je je tuin egelvriendelijk kunt maken.
Natuurmonumenten laat op https://youtu.be/pRJYz0LS_4E?si=toSqCQx__zP52Ent zien hoe je het egelhuisje in elkaar kunt klussen. Ook bieden zij tips voor egelbescherming (link: Red de egel! Ontvang gratis egelpakket | Natuurmonumenten).


Plaats een reactie